

|
1977-1983: de eerste stapjes
|

Hier sta ik 2e van rechts bij mijn eerste
prijsuitreiking
|
|

Ik sta hier links op het NVC-toernooi in 1981.
Ik werd derde van de vier. |
Ik ben geboren en getogen in
Vlaardingen. Toen ik vier
jaar
oud was, brachten mijn ouders
me naar de
plaatselijke
judoclub: Sportschool Westwijk.
Onder
leiding van Rob Hein en
Marjolein van Unen (de huidige
bondstrainster voor de dames)
leerde ik de basisbeginselen
van het judo. Ik deed mee aan
clubkampioenschappen en daarna begon ik voorzichtig
aan plaatselijke en regionale
wedstrijden. |
1983-1988: Vlaardingen, Schiedam, Hoogvliet
|

Schiedams kampioen in 1984 |
In 1983 hield Sportschool Westwijk op te bestaan. Ik
maakte de overstap naar het nabij gelegen Budo Instituut
Schiedam, waar ik trainde onder achtereenvolgens Gerard
Vroegh, Jerry Fokas en Arthur den Hamer. Ik haalde er op
mijn 14e mijn zwarte band en ik was er maar wat trots
op. Langzaam ontgroeide ik het niveau van de club. In
1988 bracht Gerard Vroegh me in contact met zijn eigen
trainer van weleer, Chris de Korte. Chris is de
grondlegger van het De Korte Sport- en
Gezondheidsinstituut, destijds nog Budo Instituut
Hoogvliet geheten.
1989: Nederlands kampioen jeugdteams
In Hoogvliet maakte ik kennis met topjudo van nationaal
en internationaal niveau. Chris de Korte, op dat moment
bondscoach, heeft een lange traditie in het voortbrengen
van judokampioenen. De trainingen hadden een tempo en
intensiteit die ik nog niet eerder had meegemaakt. In
het eerste half jaar fungeerde ik voornamelijk als
"werpvlees" voor de toppers in Hoogvliet.
Na een jaar (1989) deed ik voor het eerst mee aan een
Nederlands kampioenschap: het NK voor jeugdteams (tot 17
jaar). Ik was inmiddels zwaargewicht (70kg, categorie
+66kg) en mijn talent werd op nationaal niveau langzaam
zichtbaar. Budo Instituut Hoogvliet werd voor de eerste
keer in haar bestaan Nederlands kampioen bij de
jeugdteams. Het blijft qua beleving voor mij één van
mijn mooiste overwinningen. In de twee jaar dat ik in het jeugdteam
judode heb ik nooit een partij verloren.
|

leden van het juniorenteam van Hoogvliet in 1989
v.l.n.r. Maurice Spek, Mark Huizinga, Maurice
Timmermans,
Richard van der Lugt en Willem de Korte |
Mijn eerste individuele NK was, verrassend genoeg, het NK
senioren. In 1989 plaatste ik me via de tweede plaats
bij de districtskampioenschappen voor het NK tot 78 kg.
Na winst in de eerste ronde verloor ik mijn tweede
partij van de inmiddels ex-bondstrainer, Louis
Wijdenbosch. Mijn herkansingspartij ging verloren tegen
Dave de Vries, maar het eerste NK zat erop en ik was er
alleen maar gretiger van geworden.
1990-1993 NK, EK en WK voor junioren
In 1990 haalde ik mijn eerste individuele Nederlandse
titel. Bij de heren tot 18 jaar won ik de finale van
Raymond Hamerslag. Vier jaar achtereen stond ik op het
podium bij het NK voor junioren (tot 21 jaar). Tweemaal
zilver, eenmaal brons en in 1993 eindelijk goud. In 1992
en 1993 verloor ik de finale van het NK alle categorieën
in de nieuwe klasse tot 78 kg. Het waren wel mijn eerste
medailles op NK's bij de senioren.
Door goud te winnen op het Open Duits juniorenkampioenschap
plaatste ik me in 1992 voor het WK junioren. Het
kampioenschap in Argentinië verliep teleurstellend.
Geveld door de ziekte van Pfeiffer overleefde ik de
eerste ronde niet. In 1993 verzilverde ik mijn laatste
kans bij de junioren ook niet. Het EK junioren in eigen
land werd een anticlimax. Mijn uitschakeling in de
tweede ronde was een grote teleurstelling.
1994: debuteren met brons op EK
In 1994 was ik voorgoed senior. Binnen een paar maanden
nam ik de leidende positie in Nederland over van Louis
Wijdenbosch: 1e op het NK alle categorieën, brons op de
A-toernooien van Moskou, Leonding en Boedapest en
winnaar van het Open Nederlands kampioenschap. Op mijn
eerste EK voor senioren won ik via vijf ipponzeges de
bronzen medaille.
1995: overstap naar hogere gewichtsklasse
|

Tegen de Koreaan
Dong-Sik Yoon op het WK 1995 |
1995 bracht niet wat ik hoopte. Op het EK in Birmingham
stond ik ruim voor in de halve finale, maar verloor ik toch
van de Fransman Bouras. De partij om de derde plaats
ging nipt verloren tegen Toker (tegenwoordig Uznadze)
uit Turkije. Het WK 1995 in Tokio duurde voor mij niet
langer dan vijf minuten. Ik verloor zeer nipt van de
Koreaanse favoriet Dong-Sik Yoon (zie foto hiernaast),
dat jaar winnaar van de toernooien van Parijs en
München. Yoon brak zeer ongelukkig zijn arm in de tweede
ronde, waardoor een herkansing voor mij niet meer
mogelijk was.
Twee weken na het WK maakte ik mijn laatste partijen in
de klasse tot 78 kg op het EK voor landenteams. Twee
dagen na dat kampioenschap besloot ik het afvallen
vaarwel te zeggen en door te schuiven naar de klasse tot
86 kg. Die klasse kende veel concurrentie: Europees
kampioen Maarten Arens, Ben Spijkers, Alex Smeets en Roy
Poels. Het NK werd een spannend slagveld waar ik
uiteindelijk met de hoofdprijs aan de haal ging. Ik
versloeg in de finale Alex Smeets op beslissing. De race
naar de Spelen van Atlanta was begonnen.
1996: Europees kampioen & Olympisch brons
De kwalificatie voor de Spelen van 1996 liep uit op een strijd
tussen Alex Smeets en mij. Via derde plaatsen op de
A-toernooien in Leonding, München en Boedapest en een eerste plaats in
Rome, wist ik me te plaatsten voor het EK en de Spelen.
Dat het EK in 1996 in eigen land gehouden werd, gaf de
Nederlandse judoka's een extra stimulans. In Den Haag
won Nederland vijf maal goud, een ongekend aantal. Ik
won al mijn partijen met ippon en volgde Maarten Arens
op als Europees kampioen in de klasse tot 86 kg. Het is
na mijn olympische titel qua beleving nog steeds mijn
mooiste overwinning.
|

Ik win de partij om de bronzen
medaille van Croitoru uit
Roemenië
(Atlanta 1996)
|
Op de Spelen van Atlanta koppelde de loting mij in de
eerste ronde aan de regerend wereldkampioen Chung-Ki
Jeon uit Korea. Jeon had in de voorafgaande drie jaren
slechts éénmaal verloren; dat was tegen mij in 1996
in
München. In Atlanta scoorden we beiden een yuko, de
scheidsrechters wezen uiteindelijk Jeon aan als winnaar.
De Koreaan won vervolgens al zijn partijen met ippon en
werd zo Olympisch kampioen. Ik moest na vier ipponzeges
in de herkansing genoegen nemen met brons.
In november 1996 blesseerde ik tijdens de Kano Cup in
Tokio mijn knie: een ingescheurde knie- en kruisband
zorgden voor een gedwongen afwezigheid op de
wedstrijdmat van vier maanden.
1997: twee keer Europees kampioen
Begin 1997 was ik net op tijd voldoende fit om me te plaatsen voor het EK. In
een bruisende hal in het Belgische Oostende prolongeerde
ik mijn Europese titel met glans.
|

Juichen na prolongatie van mijn Europese titel
in Oostende (1997) |
In de zomer van '97 trad ik in dienst bij de Koninklijke
Luchtmacht. In het Kroatische Dubrovnik won ik direct
mijn eerste militaire wereldtitel.
Het WK van 1997 was teleurstellend. Ik verloor
de eerste partij van de sterke Cubaan Despeigne, die ik
in Atlanta toch eenvoudig verslagen had. Fysiek stak ik
niet in topvorm. De voorbereiding was, achteraf gezien,
niet optimaal verlopen. Twee jaar wachten op het
volgende WK.
Twee weken later versloeg ik op het EK voor
landenteams de nummer 2 en 3 van het WK (Spittka uit
Duitsland en Monti uit Italië) met ippon. Met het Nederlands
team behaalden we een historische titel: voor het eerst in 36 jaar
won Nederland goud op het EK.
1998: weer twee Europese titels
|

Ik win de EK-finale in 1998
van de Duitser Spittka
|
1998 werd het jaar van de titelprolongaties. In het
Spaanse Oviedo werd ik voor de derde maal op rij
Europees kampioen. Ik ben hiermee samen met Anton
Geesink de tweede Nederlandse herenjudoka die dit heeft
gepresteerd.
Met het Nederlands team prolongeerden we in Oostenrijk
de Europese landentitel en op het WK voor militairen
haalde ik weer de gouden medaille en werd gekozen tot
beste judoka van het toernooi.
Door dit succesvolle seizoen werd ik door de Europese
judopers verkozen tot Europees judoka van het jaar 1998.
1999: sterk begin, brons op EK, minder einde
Ik begon het jaar 1999 heel sterk. Ik won de Kano Cup in
Tokio en het A-toernooi van München. Daarna volgde een
dip tijdens de A-toernooien, maar op het EK in
Bratislava leek ik op weg naar weer een Europese titel.
In de halve finale gaf ik 7 seconden voor het einde van
de partij een voorsprong uit handen. De kleinste foutjes
zijn fataal in het judo! Na winst op de Fransman
Carabetta restte mij de bronzen medaille.
Op de Wereldspelen voor militairen won ik mijn derde
militaire wereldtitel. In Zagreb won ik in de finale van
de Oostenrijker Jahoda.
Op het WK in Birmingham wilde het weer niet lukken. Ik
won de eerste ronde van de Rus Morozov, maar stuitte
daarna opnieuw op de Cubaan Despaigne. Een WK-medaille
kon nog steeds niet aan mijn erelijst toegevoegd worden.
Mijn uitschakeling betekende ook dat een directe
plaatsing voor de Olympische Spelen van Sydney mislukt
was. Nu moest ik via de A-toernooien van 2000 mijn
kwalificatie veilig stellen.
2000: zilver op EK & Olympisch kampioen!
|

In de finale van de EK 2000
werd ik verrast door de Roemeen Croitoru
|
Mijn kwalificatie voor de Olympische Spelen in Sydney
verliep heel voorspoedig. Na overwinningen op de
A-toernooien van Moskou en
Rotterdam en bronzen medailles in München en Rome,
leidde ik de Europese ranglijst aan de vooravond van het
EK 2000 in Polen. Ik was erg gebrand op het terugwinnen
van mijn titel. Ik beschouwde mijn derde plek in 1999
als een foutje dat rechtgezet moest worden. Ik begon het
toernooi stroef, maar in elke partij groeide mijn vorm.
Ik was klaar voor de finale tegen Croitoru. Helaas wist
hij mij goed te verrassen en in een split-second ging de
titel aan mijn neus voorbij. Zilver op het EK. Niet
slecht, maar niet goed genoeg. Het was wel een goede
voorbereiding op de spelen in Sydney.
|

Zo gooide ik Honorato in de finale
van de Olympische Spelen
|
Zo goed als op de Olympische Spelen van Sydney was ik
nog nooit geweest. Alles viel op zijn plek: kracht,
conditie, techniek, maar vooral mentaal was ik volledig
in balans. Eén voor één werkte ik mijn tegenstanders
weg. Despaigne, Olson, Croitoru, Morgan en Honorato.
Eindelijk had ik het hoogste bereikt: ik was de beste
van de wereld.
Vlak na de Spelen won ik voor de vierde keer het WK voor
militairen. In Den Helder won ik al mijn partijen met
vol punt. Daarna ontkwam ik niet aan een operatie aan
mijn linkerknie. Dokter Heijboer verwijderde een
gedeelte van de meniscus uit de knie die ik eind 1996
blesseerde.
2001: wel Europees, geen wereldkampioen
Na een aantal drukke en mooie maanden kon ik weer hard
trainen op weg naar de EK en WK van 2001. In Parijs won
ik zonder problemen mijn vierde Europese titel; in mijn
vijf partijen kreeg ik geen enkele score of straf tegen.
Tevens werd ik voor de tweede keer in mijn carrière (na
1998) uitgeroepen tot Europees judoka van het jaar.
Het WK 2001 in München liep weer eens uit op een
teleurstelling. Na een stroeve start werd ik in de
tweede ronde verrast door een volslagen onbekende
Algerijn. Weg kans op een wereldtitel. De medailles
werden verdeeld tussen de Europeanen die ik drie maanden
eerder op het EK had gedeklasseerd, maar ja, dat telt
niet.
Na het WK draaide ik moeizaam op de Grand Prix Moskou
(uitschakeling) en het NK (2e). Eind 2001 ging het WK
voor militairen wel erg goed: in Rome won ik mijn vijfde
achtereenvolgende militaire wereldtitel.
2002: tussenjaar: goud in Parijs, brons op EK
|

Met een daverende ippon win ik
de finale van het Tournoi de Paris
|
Mijn trainer Chris de Korte en ik besloten het jaar 2002
als een tussenjaar te benaderen. Weinig wedstrijden,
minder bezeten met de sport bezig zijn om in 2003 en
2004 weer fris en gretig aan de start te staan. Ik deed
slechts mee aan één A-toernooi, maar dat was wel het
sterkste. Het Tournoi de Paris was naast de wereldtitel
het enige aansprekende toernooi wat ik in mijn carrière
nog niet had gewonnen. In een jaar zonder WK of Spelen
is Parijs het sterkste toernooi van het jaar. Met een
daverende staande kata-guruma in de finale kon ik Parijs
nu ook aan mijn erelijst toevoegen.
Op het EK 2002 betaalde ik de prijs voor de meer relaxte
benadering van de topsport in dit jaar. Eén moment van
verslapping kostte me de winst in de derde ronde. Ik won
wel vijf partijen en pakte zo het brons, mijn achtste
EK-medaille.
Na de EK nam ik een lange vakantieperiode. Eind 2002 won
ik overtuigend mijn 7e nationale titel. In de finale
brak ik echter, zonder dat ik het doorhad, mijn vinger.
Door een ontsteking in het bot bleef ik 5 maanden van de
wedstrijdmat.
2003: revalideren, brons op EK, revalideren
Ik begon het jaar met grote twijfels over mijn
judotoekomst. Mijn vinger herstelde al maanden slecht en
belette me om goed vast te pakken. In maart maakte ik
mijn rentree. Boven verwachting won ik brons op de World
Cup van Rome, het was een emotionele overwinning voor
me.
Ik kon van start gaan op het EK in mei. Supervorm kon ik
door mijn lange onderbreking nog niet hebben, maar ik
won toch het brons, mijn 9e EK-medaille.
Twee weken na het EK, sloeg het noodlot weer toe.
Tijdens een training op mijn club scheurde ik mijn
knieband. Na drie maanden revalideren was ik net op tijd
hersteld om mee te doen aan het WK in Osaka. Na slechts
drie weken randori startte ik enthousiast aan een
mission impossible. Ik eindigde op de 9e plaats.
Kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2004 zou weer
via de A-toernooien moeten gebeuren.
2004: zilver op EK, derde Olympische medaille
Hersteld van mijn vinger- en knieblessure begon ik met
frisse moed aan de Olympische kwalificatiereeks. Via
brons op de A-toernooien van Moskou en Parijs en goud in
Rotterdam stelde ik mijn deelname veilig.
Op het EK van 2004 in Boekarest verliep bijna alles naar
wens. Ik plaatste me
overtuigend voor de finale, maar
daarin verslikte ik me in de Italiaan Lepre. Langs alle
randen van het reglement wist hij mij van zich af te
houden en het goud voor mijn neus weg te kapen. Jammer,
maar mijn vorm voor de Spelen was duidelijk groeiende.
Na een goede voorbereidingsperiode was ik klaar voor
mijn derde Spelen. Helaas moest ik discutabel, maar nipt
buigen voor de wereldkampioen in de tweede ronde. Met
vijf overwinningen won ik het brons. Ik had mijn titel
verloren, maar stond voor de derde keer op het podium,
iets heel bijzonders.
Op het podium met mijn derde Olympische medaille ->
2005: brons op EK en WK
Na de Spelen van Athene besloot ik voorlopig door te
gaan met topjudo. Een EK in eigen huis lag in het
verschiet! De voorbereiding verliep moeizaam. Een
verwaarloosd griepje zorgde voor oververmoeidheid en
drie weken rust, vlak voor het EK. Op de laatste
training voor het kampioenschap kon ik weer explosief
handelen. In een bruisend Rotterdams Ahoy ging ik er vol
voor. Door een tactische fout gaf ik de winst in mijn
partij tegen Alarza uit handen, dom! Mijn andere
partijen won ik overtuigend, het was toch leuk om weer
een EK-medaille voor eigen publiek te winnen.
Mijn zesde WK leverde eindelijk een medaille op. Toch
baalde ik ook van brons, want ik vond dat ik meer had
verdiend. In de halve finale kreeg ik een bestraffing
die ik onterecht vind. 20 sec voor het einde moest ik
alle risico's nemen en werd overgenomen. Ik won
vervolgens mijn partij om de bronzen medaille, maar het
gevoel van een gemiste WK-finale bleef knagen.

WK-podium 2005: Iliadis, Izumi, ik en Kazusionok.
2006: door blessure geen EK-medaille
|

Ik grijp naar mijn knie in
de halve finale van het EK. |
Ik begon het jaar met mijn 13e World Cup-overwinning,
een wereldrecord. In Praag won ik de finale van Illiadis.
Op de EK in Tampere judode ik niet geweldig, maar knokte
ik me wel naar de halve finale. Daarin kreeg ik direct
een zwieper van de Rus Pershin. Het leverde hem geen
ippon op, maar mij wel een gescheurde knieband. Ik
probeerde nog verder te gaan, maar kon niets meer
beginnen. Ik verloor de partij en moest me terugtrekken
voor de partij om brons. Voor het eerst in 11 jaar geen
EK-medaille! Dat is zuur, maar ik kon het goed
accepteren. Een blessure ligt buiten mijn macht en
EK-medailles had ik al vaak gewonnen.
Na het EK nam ik de langste judobreak uit mijn carrière.
Mijn knie moest herstellen en mijn geest moest opladen.
Als ik nog naar mijn vierde Olympische Spelen wilde,
moest ik eerst fris en gretig worden.
Ik bleef drie maanden van de judomat. Zonder training
judode ik het WK voor militairen, waar ik heel diep
moest gaan om de finale te halen. Na vier maanden "sabbatical"
stapte ik weer vastbesloten de mat op.
2007: zwaar jaar, wel Olympische nominatie
De start van 2007 was goed. Ik judode sterk bij de Super
World Cup van Parijs en won brons. Daarna ging het
bergafwaarts. Andere zaken dan judo hielden me bezig.
Privé had ik een moeizame periode en dat had zijn
weerslag op mijn trainingen en wedstrijden. Voor het
eerst in 7 jaar verliet ik een World Cup zonder medaille
en dat zelfs twee keer achtereen. Ik was de weg kwijt
maar probeerde te blijven trainen. Vlak voor het EK trok
ik het niet meer en meldde me af. Voor het eerst in 14
jaar geen EK.
Ik beet me vast in de voorbereiding op mijn laatste WK,
in Rio de Janeiro. Ik zag het als een Olympisch
kwalificatietoernooi. Het enige dat voor mij nog telde
in mijn carrière is pieken op mijn vierde Olympische
Spelen in 2008.
Op het WK haalde ik de halve finale, mijn nominatie voor
de Spelen was binnen. Ik was weer dicht bij een
WK-finale. Ik scoorde bijna de golden score in de halve
finale, maar verloor toch. Ook de partij om brons ging
nipt verloren. Geen medaille, maar wel een Olympische
nominatie. Geen euforie, maar de missie was wel
geslaagd.
|

Ik scoor bijna de golden score in de halve finale van het WK. |
2008: Olympisch afscheid in Beijing
Mijn laatste jaar als topjudoka.
Ik naderde het einde waar ik de laatste twee jaar van
mijn carrière voor had getraind. Ik wilde een afscheid
in stijl op het mooiste podium dat er is: de Olympische
Spelen. Nog nooit heeft een herenjudoka op vier
Olympische Spelen een medaille gewonnen. Nog nooit won
iemand van mijn leeftijd een Olympische judomedaille. De
uitdaging was groot, de mogelijkheden waren er.
De voorbereiding verliep naar wens;
in februari stelde ik mijn kwalificatie zeker op de
Super World Cup van Parijs. In april werd ik op mijn
laatste EK voor de vijfde keer Europees kampioen (foto
links) en daarmee de oudste Europees kampioen aller
tijden.
Ik trainde hard en gericht. Een maand voor de Spelen won
ik op de Open Duitse kampioenschappen met louter ippons.
Op 13 augustus 2008 moest het gebeuren in Beijing.
Ik begon mijn toernooi tegen de grote favoriet, Ilias
Iliadis uit Griekenland. Ik kwam op voorsprong met
straffen en scoorde aan het einde van de partij een ippon met uchi-mata, een perfecte start. In de tweede
ronde trof ik Aschwanden uit Zwitserland. Een maand
eerder versloeg ik hem in de halve finale van de Open
Duitse kampioenschappen. Nu maakte ik echter een
inschattingsfout. Mijn aanval werd overgenomen en ik
stond een wazari achter. Ik kwam nog terug, maar kon de
achterstand niet meer ongedaan maken. Aschwanden verloor
daarna, waardoor ik geen herkansing kreeg. Mijn afscheid
eindigde in mineur.
Natuurlijk baal ik nog steeds, het is een gemiste kans.
Ik was goed genoeg om weer kampioen te worden, maar ik
maakte zelf een fout. Terecht wordt dat afgestraft.
Mijn judocarrière als topjudoka is ten einde. Het is een
lange, enerverende tijd geweest. Ik heb er veel voor
gedaan en gelaten en het heeft mij veel gebracht. Het
heeft mij als mens gevormd en rijker gemaakt. Het is nu
tijd voor andere zaken, maar de ervaringen van mijn
judocarrière zullen altijd een rol blijven spelen in
mijn leven. |